Meer weten ?
De peuter- en kleutertijd zijn ontwikkelingsfasen met intensieve ontwikkelingssprongen op heel wat vlakken.
Lichamelijk werken peuters en kleuters nog volop aan hun capaciteit om complexere gecoördineerde bewegingen uit te voeren.
Cognitief begeven kinderen zich in een pre-operationele fase. Concreet betekent dit dat peuters en kleuters door trial en error problemen die ze tegenkomen trachten op te lossen. Ze hebben nog geen strategisch en abstract probleemoplossend vermogen. Mentaal een stappenplan uitwerken door na te gaan welke stappen werkten en welke niet, is nog bijzonder moeilijk.
Daarnaast viert de ontwikkeling van fantasie tijdens de peuter- en kleutertijd hoogtij. Het magisch denken zorgt ervoor dat peuters en kleuters de wereld om zich heen opnemen, vormgeven, begrijpen en eruit leren. Hun spel neemt peuters en kleuters helemaal mee in een eigen fantasiewereld, waar ze gebruikmaken van rollenspel en imitatiespel. Met fantasie vullen ze gaten in het begrip van de wereld om zich heen op. Fantasie laat hen beter omgaan met de wereld en met de eigen wereld. En net dit zorgt ervoor dat peuters en kleuters moeilijk het onderscheid kunnen vormen tussen fantasie en realiteit.
Moreel wordt bij peuters en kleuters in deze leeftijdsfase de basis gelegd voor wat later zal leiden tot het inschatten en naleven van regels, wetten en afspraken (pre-conventioneel niveau van de morele ontwikkeling). Regels, wetten en afspraken worden in eerste instantie vanuit een egocentrisch perspectief benaderd. Vooral het vermijden van ‘straffen’ is de drijfveer. Regels, wetten en afspraken worden gelinkt aan een aanwezige autoriteitsfiguur (een ouder, opvoeder, grootouder, juf …). Kleuters moeten leren dat regels, wetten en afspraken ook gelden wanneer autoriteitsfiguren niet in de buurt zijn. Door regels, structuur en afspraken consequent en herhaaldelijk te hanteren, maken kleuters zich deze eigen.